
De geest van de liturgie
Zo luidt de titel van een boek geschreven door onze huidige paus toen hij nog kardinaal Ratzinger was. Het beschrijft de liturgie als de ontmoeting van God en mens in riten en gebeden die voortkomen uit de oorsprong van de Kerk en van het geloof. De liturgie groeit langzaam en organisch rond de kern die Christus zelf gegeven heeft. Als heilig gebeuren is de liturgie niet maakbaar. Je maakt geen liturgie; je mag je als gelovige invoegen in de mysteries die gevierd worden en die je altijd overstijgen. De huidige paus is van mening dat de liturgievernieuwing zoals die feitelijk in de zestiger jaren van de vorige eeuw heeft plaats gevonden te abrupt en te rigoureus is gebeurd waardoor er voor veel gelovigen afbreuk is gedaan aan het sacrale en mysterievolle karakter van de liturgie. Dat is nog versterkt door de vaak liberale en vrijzinnige manier waarop priesters en liturgische werkgroepen met de liturgievernieuwing zijn omgegaan. Zij hebben de liturgie naar hun hand gezet door steeds nieuwe riten te verzinnen en teksten te maken waardoor het mysterie vaak verdween om plaats te maken voor al dan niet sfeervolle onderonsjes. Kardinaal Ratzinger pleit daarom voor een hervorming van de hervorming waarin duidelijker de werkelijke bedoeling van het Concilie naar voren komt.
Er zijn ook veel misverstanden rond de liturgie. Veel mensen denken dat de vernieuwing van de liturgie bestaat in de invoering van de volkstaal en in de viering van de Mis richting volk. Nou, die twee dingen heeft het Concilie niet veranderd en de feitelijke vernieuwing na het Concilie heeft die ook niet voorgeschreven. De nieuwe liturgie volledig in het Latijn vieren is gewoon toegestaan en is even “modern” als de liturgie vieren in het Nederlands of het Engels. Ook is in de nieuwe liturgie de viering richting volk niet voorgeschreven; de viering van de nieuwe Mis waarbij priester en volk na de woorddienst tezamen naar God gekeerd staan is heel wel mogelijk. De nieuwheid van de “nieuwe mis” bestaat in het verdwijnen van de voetgebeden, van een heleboel gebeden bij de offerande, in de uitbreiding van het aantal eucharistische gebeden, van het verdwijnen van een heleboel rituele handelingen zoals veelvuldig knielen, altaar kussen, kruistekens en zegens over hostie en kelk enz. En uiteraard kende de “oude mis” alleen maar Latijn, alleen maar de communie op de tong, alleen maar viering richting God.
Er zijn vanaf het begin van de vernieuwingen groepen geweest die zich tegen de liturgievernieuwing hebben verzet. Onder leiding van aartsbisschop Lefevbre was er een groep die regelrecht in opstand kwam, eigen bisschoppen wijdde zonder instemming van de paus, een eigen seminarie had. Onder druk van de gebeurtenissen en om de Lefevbristen de wind uit de zeilen te nemen heeft paus Johannes Paulus II voor bepaalde kloosters, priestergroepen en daarbij horende groepen gelovigen toegestaan de oude liturgie te blijven gebruiken. Hij vroeg daarbij aan de plaatselijke bisschoppen ruimhartig op verzoeken van gelovigen om de oude mis te mogen vieren in te gaan. Hij wilde dat de liturgie geen splijtzwam zou worden in de Kerk. Veel bisschoppen wilden juist uit vrees voor verdeeldheid die toestemming niet geven. Dat bleef spanningen opleveren tussen traditionele gelovigen en hun bisschoppen. Dat was vooral het geval in Frankrijk en de USA, bij ons speelt dat niet zo. Een verrassend daarbij is – onze paus heeft dat ook geconstateerd – dat die traditionele groepen niet voornamelijk uit grijze hoofden bestaan maar relatief zeer grote groepen jongeren, jonge gezinnen en priesterroepingen tellen. Van deze paus die zich in het verleden als kritisch over de nieuwe liturgie had uitgelaten, werd vanuit deze groeperingen een oplossing verwacht. Die is onlangs ook gekomen en zij bestaat in de erkenning van de oude liturgie als de buitengewone vorm van de liturgie, terwijl de nieuwe Mis de gewone vorm blijft. Hoe is het nu concreet geregeld?
Iedere priester heeft het recht privaat (zonder volk) de oude Mis te vieren. Grotere en bestendige groepen gelovigen die de oude Mis vragen hebben er recht op dat die voor hen gevierd kan worden. Iedere gelovige heeft het recht een uitvaart, een huwelijk, een doopsel, en ook een ziekenzalving in de oude ritus te vragen. Dat betekent niet dat iedere priester aan die wens moet voldoen. De pastoor moet echter wel de gelegenheid geven dat een priester die dat wil en kan het komt doen. Het is immers niet zo eenvoudig de oude liturgie te celebreren. Dat moet meer dan de nieuwe geleerd worden. De paus heeft er overigens wel bij bepaald dat ook in de oude Mis de lezingen in de volkstaal mogen gebeuren.
Door het naast elkaar laten bestaan van de oude en de nieuwe Mis hoopt de paus, denk ik, op een wederzijds bevruchting zodat er uiteindelijk een modernere versie van de oude Mis en een meer sacrale versie van de nieuwe Mis ontstaat.
C. Mennen, pastoor
