PAASTRIDUUM
wordt de kaars ontstoken aan het gewijde vuur.
Nu trekt de liturgische stoet de kerk binnen. De diaken draagt de Paaskaars en zingt achter in de donkere kerk: "Licht van Christus", waarop allen antwoorden "Heer, wij danken U." Dit gebeurt nog twee keer, telkens een toon hoger, de laatste keer voor het altaar. Daarna wordt de Paaskaars op de kandelaar geplaatst en bewierookt. Nu zingt de diaken de aloude paasjubelzang "Exsultet (Laat juichen)". Dan volgt de wake van eigenlijk 9 oudtestamentische lezingen me bijbehorende psalmen of kantieken en gebeden. In de meeste parochiekerken wordt slechts het minimum van 3 lezingen gelezen. Verplicht zijn altijd het scheppingsverhaal uit genesis en het uittochtsverhaal uit exodus.
Dan begint de eucharistie met het zingen van het gloria waaronder de klokken worden geluid en de bellen rinkelen. De kaarsen op het priesterkoor worden aangestoken.
Dan volgt de epistellezing uit Rom. 6 over het doopsel waardoor wij delen in Christus' dood. Dan heft de priester plechtig het alleluia aan. Dit is de paaszang bij uitstek die sinds Aswoensdag niet meer heeft geklonken. In de gregoriaanse versie wordt die drie keer herhaald, telkens ene toon hoger. Daarna volgt een gedeelte uit de paaspsalm 118 waarna het evangelie van Pasen wordt gezongen (gelezen).
Na de homilie gaat de priester naar een waterbekken dat vlak bij de Paaskaars is opgesteld. De doopwaterwijding begint met het zingen van de litanie van alle heiligen. Dan volgt het zegeningsgebed waarbij de Paaskaars in het water wordt neergelaten. Dan volgt eventueel een doop. Daarna hernieuwen alle gelovigen hun doopbeloften en worden ze met het nieuwe doopwater besprenkeld als herinnering aan hun doopsel.
Daarna volgt de eucharistie van Pasen.
Het hoogtepunt van het kerkelijk jaar is het Paastriduum dat begint op de avond van Witte Donderdag en dat besloten wordt met de viering van de Paaswake. Het is als het ware één doorlopende viering van het lijden, sterven en verrijzen van onze Heer.
We beginnen met het kruisteken op Witte Donderdag en eindigen met de zegen van de Paaswake. Tussenin beginnen de vieringen niet met het kruisteken noch eindigen ze met de zegen. We hopen dat u, als u enigszins kunt deze dagen in liturgie komt meevieren.
Op Witte Donderdag wordt alleen de eucharistie van het Laatste Avondmaal gevierd; op Goede Vrijdag en Paaszaterdag tot aan de Paaswake mag er van oudsher helemaal geen eucharistie gevierd worden. Dat betekent dat er op deze dagen ook geen uitvaartmissen gehouden kunnen worden. Vroeger vond er dan alleen een korte plechtigheid plaats op het kerkhof en was er een uitvaartmis pas na Pasen. Dat is ook nu een mogelijkheid. Men kan echter ook een eenvoudige plechtigheid in de kerk houden, aangepast aan de eigenheid van de dag maar zonder eucharistieviering of communie.
Deze dagen dienen ook bij een christen thuis een bijzonder karakter te hebben. Het zijn dagen van ingetogenheid en soberheid, van meeleven met de lijdende Christus. Het zijn geen dagen om een verjaardag of om een ander feest te vieren. Dat dient men te verzetten tot Pasen of na Pasen. Goede Vrijdag is een verplichte vasten- en onthoudingsdag. Pas met Pasen is het weer volop feest.
Deze dag wordt zo genoemd omdat de gewaden van de priester die sinds Aswoensdag de boete kleur paars hadden nu de feestkleur wit hebben. Bovendien zijn de paarse doeken waarmee de kruisen sinds de vijfde zondag van de veertigdagentijd vandaag wit.
In een plechtige eucharistie wordt de instelling van dit sacrament tijdens het Laatste Avondmaal herdacht. Dat deze feestelijke avond het lijden van de Heer inluidt wordt al duidelijke in de introïtus (intredezang) van de viering: "Nos autem gloriari oportet in cruce Domini nostri Iesu Christi.. (Wij roemen in het Kruis van onze Heer
Witte Donderdag
Jezus Christus..)" (Gal. 6, 14
Sinds Aswoensdag wordt op deze avond weer voor eerst de lofzang "gloria" gezongen die sinds Aswoensdag niet meer geklonken heeft. Tijdens het zingen daarvan worden de kerkklokken geluid en klinken de altaarbellen. Deze zwijgen daarna tot het gloria van de Paaswake. In sommige kerken gebruikt men in de tussentijd ratels of kleppers.
De eerste lezing is uit Ex. 12, het verhaal van het eten van het Paaslam, een voorafbeelding van de eucharistie. De tweede lezing uit 1 Kor. 11, het instellingsverhaal van Paulus. Het evangelie tenslotte is Joh. 13, de voetwassing.
In sommige kerken wast op deze avond de priester de voeten van twaalf gelovigen ten teken van de dienende liefde waarin Jezus ons voorging tot op het kruis. Deze rite is niet verplicht voorgeschreven.
Na de communie worden de overgebleven Hosties niet zoals gewoonlijk naar het tabernakel gebracht. Ze blijven op het altaar, worden bewierookt en daarna in een plechtige processie naar een rustaltaar gebracht dat is opgesteld in een apart gedeelte van de kerk op in een kapel buiten de kerk. Tijdens de processie wordt een sacramentshymne gezongen. Dit symboliseert de gang van Jezus met zijn leerlingen naar de Hof van Olijven.
Teruggekeerd bij het altaar of na de viering wordt het hele priesterkoor van zijn versierselen ontdaan. Het altaar is kaal, het tabernakel staat open. Dit is een teken van de verlatenheid van de Heer in zijn lijden.
Bij het rustaltaar is stille aanbidding, soms deze hele nacht, maar in veel kerken enkele uren. Hiermee willen we antwoorden op de vraag van Jezus: "Kunt gij dan niet één uur met Mij waken? Waakt en bidt opdat gij niet op de bekoring ingaat."
Tenslotte verlaten de priester en de gelovigen de kerk in stilte.
Goede Vrijdag
Dit is de dag waarop we de verlossende kruisdood van de Heer gedenken. Om met de Heer mee te lijden is de Goede Vrijdag een vasten- en onthoudingsdag.
Voor de liturgie komen de gelovigen een kale kerk binnen waar zelfs geen kaars brandt. In stilte komt de liturgische stoet binnen. Bij het altaar aangekomen gaat de priester (en de diaken) plat ter aarde liggen, de overigen knielen en bidden een ogenblik in stilte. Na een gebed begint de liturgie van het Woord.
De eerste lezing is genomen uit Jes. 52, de profetie van de lijdende Dienaar van God, Man van Smarten en door lijden gerijpt. De tweede lezing is uit Hebr. 4 over de Hogepriester die in staat is met ons mee te voelen.
Het hoogtepunt is het Lijdensverhaal volgens Johannes, dat door drie mensen gelezen of nog liever gezongen wordt.
De voorbede vandaag is wat inhoud en structuur betreft heel oud en stamt al uit de oude Kerk. De diaken of de lector roept de gelovigen op voor een bepaalde intentie te bidden waarna de priester telkens een gebed bidt. De intenties zijn: voor de Kerk, voor de paus, voor de geestelijkheid en alle gelovigen, voor de doopleerlingen, voor de eenheid van de christenen, voor de joden, voor allen die niet in Christus geloven, voor hen die niet in God geloven, voor de regeringsleiders, voor allen die in nood verkeren.
Nu volgt de liturgie van de Kruisverering. Een kruisbeeld wordt de kerk binnengedragen, begeleid door kaarsen. Op drie plaatsen in de kerk zingt de priester, telkens een toon hoger: "Ecce lignum crucis in quo salus mundi pependit. (Aanschouwt het kostbaar Kruis waaraan de Redder heeft gehangen)" waarop allen zingen: "Venite adoremus (Komt, laten wij aanbidden)". Hoerna wordt het kruis door de geestelijkheid vereerd en daarna door het volk. Dat kan door het kruis te kussen of door een andere geschikte geste. Tijdens de kruisverering wordt meestal de zeer oude klacht van Jezus aan het kruis gezongen: "Popule meus, quid feci tibi aut in quo contristavi te. Responde mihi. (Mijn volk wat heb Ik u gedaan of waarmee heb Ik u bedroefd. Antwoord Mij.)"
Na de kruishulde wordt het kruis op of bij het altaar geplaatst. Op het altaar wordt een dwaal gelegd. De priester (of de diaken) haalt die Hosties die de vorige dag zijn geconsacreerd. Dan vindt er een korte communiedienst plaats.
De priester en de gelovigen verlaten daarna de kerk in stilte.
In veel kerken wordt op Goede Vrijdag ook nog een Kruiswegoefening gehouden. Dit is geen liturgie in strikte zin maar een vroomheidsoefening. Men loopt dan biddend en zingend langs de veertien staties van de Kruisweg in de kerk en overweegt de laatste gang van Jezus.
Stille Zaterdag
Dit is de dag van de grafrust van de Heer die in de geloofsbelijdenis wordt beschreven als de nederdaling ter helle: de nederdaling in het dodenrijk waar Hij alle rechtvaardigen uit het oude testament bevrijdt van de banden van de dood.
Deze dag is er buiten het getijdengebed geen liturgie.
Paaswake
Na het invallen van de duisternis op zaterdagavond, liefst later op de avond komen de gelovigen samen voor de Paaswake waarin de verrijzenis wordt gevierd.
Ze komen een donkere kerk binnen, ontvangen een kaarsje en gaan naar hun plaats. Bij het begin van de viering gaat de liturgische stoet waarin de diaken de paaskaars draagt door de donkere kerk naar het portaal waar een vuur wordt gemaakt. De priester zegent het vuur en daarna de Paaskaars, die het symbool is van de verrezen Christus. De Paaskaars wordt als volgt klaar gemaakt. De priester tekent een kruis op de kaars, de alfa en de omega en het jaartal, met de woorden: "Christus gisteren en heden, begin en einde, alpha en omega, Hem behoren tijd en eeuwigheid, heerlijkheid en heerschappij door alle eeuwen der eeuwen." Dan worden er in het kruis vijf grote wierookkorrels gestoken, symbolen van de vijf wonden van de Heer. Daarna
Pasen
Het Paasfeest wordt vanaf de Paaswake vijftig dagen gevierd. Er zijn acht zondagen van het Paasfeest. De eerste is Pasen zelf, de achtste is Pinksteren (vijftigste dag). Op de veertigste dag van het Paasfeest vieren we de Hemelvaart van de Heer.