Op vrijdag 11 april 2008 verscheen in het Brabants Dagblad een artikel met foto, getiteld "Verdriet over respectloze uitvaart." Het betrof de uitvaart van Bien Buijs-Klompmakers in de kerk van de H. Geest op 31 maart om 11.30 u. Dit artikel is tot stand gekomen door een klacht bij de familie bij de krant. De familie heeft nooit enig contact gezocht met pastoor Mennen.
Het artikel is bijna geheel onwaar en voor de pastoor en zijn parochies beschadigend. Ik laat hieronder de brief volgen van de heer Th. van de Elsen aan de kerkbestuursleden van de H. Geest na het verschijnen van het artikel en bovendien kunt hier ook luisteren naar de opname van de gehele viering. Een weldenkend men zal dan constateren dat het een waardige viering is geweest. Maar het kwaad van de aantasting van de goede naam door familie en Brabants Dagblad is hierbij wel geschied. Pastoor Mennen zal een klacht tegen de redacteur Wim Arts deponeren bij de Raad voor de Journalistiek.
Aan de leden van
Parochiebestuur Heilige Geest Parochie
Pastoraatsgroep M.O.O. en H.G.P.
Oss, 11 april 2008
Dames en Heren,
Met stijgende verbazing en verontwaardiging heb ik vanmorgen het artikel in het Brabants Dagblad zitten lezen over de uitvaart van Bien Buijs-Klompmakers in onze kerk.
In de eerste plaats deel ik de verbazing van pastoor Mennen, dat men zich - anderhalve week ná de uitvaart - tot de krant wendt, en niet eerst, en veel eerder, contact heeft opgenomen met de pastoor, of met mij.
Van al het gestelde in het artikel klopt precies één feit, namelijk dat de pastoor te laat was, en daarover aan het begin van de viering niets heeft gezegd.
Ik heb vanmorgen de CD, die we de laatste jaren altijd maken van elke uitvaart, opgehaald in de sacristie en beluisterd. De normale lengte van een uitvaart in onze kerk schommelt rond de 50 minuten. De opname van déze uitvaart duurt 1u. 01’ 30”, dus ruim 10 minuten langer.
Nergens is te horen, dat de pastoor zich zou haasten, of aan een “inhaalrace” bezig is.
De familie heeft in de uitvaart alle gelegenheid gehad zich te uiten: aan het begin heeft Hannie bijna zes minuten lang het bidprentje staan voorlezen - iets wat ik persoonlijk overigens de familie altijd afraad bij de voorbereiding van een Avondwake: óf de mensen lezen het later niet meer, óf ze luisteren niet omdat ze tekst al gelezen hebben - waarna het lied “Geef mij kracht” is gezongen, op een moment dus, waarop normaal gesproken in een viering nooit een lied is voorzien.
Overigens heeft de familie voor de uitvaart met mij contact opgenomen over de te zingen liederen, omdat ze zélf een boekje wilden maken, maar toen dat klaar was, bleek, dat een groot gedeelte van de afgesproken (Latijnse) liederen alsnog was vervangen door Nederlandse, en het lied dat na de tekst van Hannie gezongen werd, stond niet eens op het repertoire van het koor. Omdat - weer vanwege de persoonlijke noot! - enkele dames uit de familie het “Ave Maria” zouden zingen, konden die, samen met de koorleden die “Geef mij kracht” toevallig kenden, dit lied toch zingen.
Zoals gebruikelijk heeft de familie zelf de lezingen kunnen uitzoeken uit de daarvoor door de Kerk aangeboden selectie. Zowel op de tekst van “Geef mij kracht” als op de teksten van de lezingen is door de pastoor tijdens zijn inleiding en preek ingespeeld.
De preek duurde vijf en een halve minuut, voor pastoor Mennen de normale lengte van een preek. En de preek is in een uitvaartviering niet de plaats voor een levensloop van de overledene (die zat in dit geval trouwens al in het voorgelezen bidprentje), maar een verkondiging van ons verrijzenisgeloof, het vertrouwen op de belofte van de Heer, dat er leven is over de dood heen.
Aan het einde van de viering hebben twee kleinkinderen met een gedichtje de gelegenheid gehad, persoonlijk afscheid van oma te nemen.
De familie is in de gelegenheid gesteld om achter in de kerk twee collectebussen voor het Koningin Wilhelmina Fonds te plaatsen - de collecte op de normale plaats in de viering maakt onderdeel uit van de liturgie: het aandragen van de gaven, en kan dus niet vervangen worden door een collecte voor een ander, zij het nog zo goed, doel.
Als Bert Vloet de besprenkeling met wijwater vergelijkt met het wassen van een auto, geeft hij hiermee alleen te kennen, dat hij blijkbaar niet heeft meegekregen wat pastoor Mennen vóór die besprenkeling gezegd heeft: dat het een herinnering is aan de doop. Bij de doop is het de bedoeling, dat het doopwater vloeit. Zwaaien met een droge wijwaterskwast is dus volstrekt zinloos, en de manier waarop pastoor Mennen een lijkkist besprenkelt wijkt op geen enkele wijze af van die waarop alle andere priesters die ik heb zien voorgaan in een uitvaartviering dat doen.
Kortom, de uitvaart van mevrouw Buijs-Klompmakers heeft plaatsgevonden op de normale wijze die de Kerk daarvoor voorziet, zónder haast, rustig en met op de momenten waarop dat mogelijk is een persoonlijke inbreng van de familie.
Voor het geval iemand u mocht aanspreken over het artikel in het Brabants Dagblad, vond ik, dat ik u het bovenstaande toch even moest laten weten.
Met vriendelijke groet,
Theo van den Elsen
koster/coördinator Heilige Geest Parochie
dirigent Cantores Gerardi