“Past het priestercelibaat nog wel in deze tijd?”, vroeg de interviewer mij in het radioprogramma waarin ik onlangs was uitgenodigd om te discussiëren over het celibaat. Ik heb daarop geantwoord: “Het celibaat past in geen enkele tijd. Het staat haaks op de normale dingen van deze wereld. Dat is altijd zo geweest.” Voor mensen die niet geloven is het bijna onbegrijpelijk. Daarom juist heeft Jezus het gekozen als een teken van zijn koninkrijk. Immers zijn koninkrijk is weliswaar in deze wereld maar niet van deze wereld. Het koninkrijk van God is gericht op de eeuwigheid, daar waar het huwelijk voorbij is, daar waar zoals Jezus zegt “de mensen zullen zijn als engelen”. Celibatairen omwille van het koninkrijk Gods zien af van op zich waardevolle maar altijd voorlopige zaken als huwelijk en gezin en stellen hun leven totaal in dienst van Christus. Ze volgen Hem na in zijn ongehuwd zijn. Dat waren in de vroege Kerk alleen de monniken en de Godgewijde maagden maar langzamerhand is er de ontwikkeling geweest dat de Kerk ook van haar priesters het celibataire leven vroeg. Veel plaatselijke concilies hebben dit als eis gesteld totdat het tenslotte na eeuwen een algemene kerkelijke wet werd in de Kerk van het Westen. De Kerk van het Oosten kent het verplichte priestercelibaat niet. Zij kiest wel haar bisschoppen uit de celibatairen. Overigens kan een priester die eenmaal gewijd is ook in het Oosten nooit meer trouwen.
Celibatair leven is in een tijd als de onze die zo op seks gericht is en waarin vormelijkheid en afstand als een nadeel worden gezien moeilijker dan in bepaalde andere tijden. Daarbij komt dat jongeren door hun opvoeding en door hun opgroeien in een welvaartsmaatschappij minder in staat zijn zich echt voor het leven te binden. Ze zijn waarschijnlijk onwillekeurig te veel verwend. Dat zien we ook ten aanzien van het huwelijk. Velen trouwen niet en leven onverplicht bij elkaar. En van die wel trouwen zeggen er velen weliswaar ja maar dat ja blijkt vaak een heel voorlopige waarde te hebben. Als er moeilijkheden komen of als er “iemand leukers” voorbij komt, blijkt de beloofde trouw van weinig betekenis. Onze jonge priesters blijken kinderen van deze tijd en sommigen zijn niet opgewassen tegen de omstandigheden en de verleidingen. Dat is jammer voor hen en jammer voor de Kerk maar het zal voor de Kerk geen reden zijn om het celibaat af te schaffen net zo min als ze de onontbindbaarheid van het huwelijk zal afschaffen omdat er zoveel mensen scheiden.
Laten we bidden voor hen die trouw beloofd hebben voor het leven of dat nu is in celibaat of huwelijk. Dat ze mogen standhouden en zo een teken zijn van Gods trouw aan ons mensen. Want Hij blijft altijd trouw.