
WETENSCHAP
Basisinzichten van een samenleving zijn over het algemeen voorwetenschappelijk of axiomatisch. Dat betekent dat ze niet via wetenschappelijk sluitende bewijzen tot stand gekomen zijn. Het zijn geloofsinzichten of als je het minder vriendelijk wilt uitdrukken ideologische inzichten. Als men ze aanhangt, zal men ze met meer of minder succes op wetenschappelijke wijze proberen plausibel te maken
De in onze wereld algemeen aanvaarde gelijkwaardigheid van man en vrouw berust bijvoorbeeld niet op wetenschappelijk inzicht. Wetenschappelijk is er misschien heel wat op af te dingen. Er zijn trouwens heel wat maatschappijen geweest die dit basisinzicht niet aanhingen en die zijn er misschien nog wel. De gelijkwaardigheid van man en vrouw behoort eerder tot een geloof, voortkomend uit het joods-christelijke denken. En wij menen dan dat we heel wat argumenten voor de plausibiliteit van die gelijkwaardigheid kunnen aanvoeren maar anderen zullen er ongetwijfeld heel veel argumenten tegen kunnen inbrengen die hen plausibel lijken. Zo is het trouwens met de meeste grondrechten.
Is de mens de kroon van de schepping en mag hij heersen over de dieren? Ja, dat geloven wij als christenen. Maar er is tegenwoordig een groeiend aantal mensen dat de mens beschouwt als een onderdeel van de dierenwereld. Ze vinden het onzinnig dat mens zich meester van de schepping waant.
Dat vijftig jaar geleden de hele psychologie homoseksualiteit als een afwijking zag en dat vandaag die dag praktisch heel psychologie het ziet als een aanvaardbare variant van seksualiteit heeft niets met (vooruitgang van ) wetenschap te maken. Het is gewoon een verandering van geloof.
Zo getuigt ook de column van Martien Pijnenburg, moraaltheoloog uit Nijmegen, in het Brabants dagblad van 30 januari 2007, getiteld “Onkatholieke theologie”, niet van gegroeid wetenschappelijk inzicht maar eerder van verandering van geloof. De voorwetenschappelijke, axiomatische uitgangspunten bij deze meneer zijn veranderd. Bij een katholiek en bij een katholieke faculteit mag je verwachten dat de uitgangspunten katholiek zijn. En wat en wie katholiek is, is niet willekeurig maar binnen de gemeenschap heel duidelijk bepaald. Het staat ook al twee millennia vast wie bij twijfel de juistheid van die uitgangspunten mag vaststellen. Dat is niet de theoloog, maar het leergezag dat naar katholieke opvatting geleid wordt door de heilige Geest. Dat is niet Arius maar het Concilie van Nicea; dat is niet Luther of Calvijn maar het Concilie van Trente. Meneer Pijnenburg schijnt van dit alles geen weet te hebben of is zo in de war – dat schijnt overigens meer voor de komen op theologische faculteiten – dat hij de katholieke Kerk onkatholiek lijkt te noemen (is dat niet wetenschappelijk een contradictio in terminis) terwijl hij de theologiebeoefening in Nijmegen die door de Kerk toch zo goed als gediskwalificeerd is, als katholiek lijkt te bestempelen. Om deze draai enigszins te kunnen rechtvaardigen moet hij het recht van de Romeinse instanties om te interveniëren zoals ze gedaan hebben, betwisten. En dat doet hij dan ook door het voorwetenschappelijk argument van “machtswellust” te gebruiken. Letterlijk stelt hij: “Gezagvol spreken, dat wil zeggen spreken met overwicht en geloofwaardigheid, is vervangen door het machtswoord.” Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik aan moet met subjectieve begrippen als “overwicht” en “geloofwaardigheid”. Een beslissing van een autoriteit is, denk ik, altijd een machtswoord. Maar ik begrijp dat dat in dit geval erg vies en afkeurenswaardig is. Waarom? Nou, omdat Rome de moraaltheologie triviaal zou maken en dat zou volgens deze wetenschapper betekenen “van geen belang meer voor de mensen op de wereld anno 2007”. En weet u waarom? Omdat Rome homoseksuele relaties afkeurt. Dus, volgens meneer, is de katholieke moraal triviaal als ze de Bijbel en de constante traditie van de Kerk in acht neemt. De Kerk zou de “tekenen van de tijd” niet verstaan die zich blijkbaar uit in “vormen van liefde en trouw die zich aandienen in nieuwe relatievormen tussen homoseksuelen”. Zou meneer Pijnenburg werkelijk menen dat de homoseksuele relaties zoals die zich nu aandienen totaal anders zijn dan waarover Paulus het heeft? Totaal anders dan de relaties in eenzelfde soortgelijke decadente periode als waarin wij ons nu bevinden: het laat-Romeinse rijk waartegen het christendom zich altijd heeft afgezet? Zou hij dat werkelijk denken? Of denkt hij dat Paulus en de Kerk zich altijd vergist hebben en dat men nu pas in Nijmegen het licht heeft gezien? Dat lijkt me pas echt onwetenschappelijk.
Er schijnen veel mensen te zijn, onder wie ook de columnschrijver van het Brabants Dagblad van zaterdag 27 januari, die bang zijn voor het wetenschappelijk gehalte van de nieuwe katholieke theologische faculteit in Tilburg/Utrecht, alleen omdat Rome de docenten heeft gescreend naar persoonlijke levenswandel en publicaties. Ik begrijp dat niet zo goed. Als iedereen op basis van zijn eigen overtuigingen wel wetenschap zou kunnen bedrijven, dan moet dat toch ook kunnen op basis van een katholieke levensovertuiging. Die axioma’s zullen wellicht (gedeeltelijk) anders zijn dan die van meer Pijnenburg of van de columnist van het Brabants Dagblad maar daarom niet minder respectabel als basis voor wetenschap en wetenschappelijke plausibilisering
