
DE AREOPAAG EN BUFFETCHRISTENDOM
Athene was in de tijd van de apostel Paulus het centrum van de toenmalige beschaving. De bewoners van Athene hadden ten opzicht van de rest van de wereld ongeveer hetzelfde gevoel als Amsterdammers hebben ten opzichte van de provincie: wij zijn het onbetwiste middelpunt van kunst, cultuur en aanvoelen van de moderne tijd. In Hand. 18 lezen we dat Paulus, toch maar iemand uit de provincie, het aandurft in het centrum van Athene, op de Areopaag, Christus te verkondigen. Hij doet dat heel omzichtig. Hij zegt tegen zijn toehoorders, dat ze ongewtijfeld heel vroom zijn; want hij heeft er onder vele altaren zelfs een altaar gezien dat toegewijd was aan een onbekende god. De Atheners waren blijkbaar bang een god te vergeten. Paulus zegt: nou die onbekende God kom ik jullie verkondigen. In eerste instantie luisteren ze geďnteresseerd, want - zegt Lucas - de Atheners verdreven het liefst hun tijd met het vertellen en aanhoren van de laatste nieuwtjes. Maar, als Paulus, komt te spreken over de verrijzenis van het lichaam, dan beginnen ze te spotten. Dat paste niet in hun filosofische gedachtenwereld. En Paulus ging weg zonder veel succes te boeken met zijn prediking.
Waarom haal ik dit verhaal uit de Bijbel aan? Welnu, veel mensen leggen de oorzaak van de teruggang van de kerk en het evangelie in onze samenleving bij de kerk, bij de priesters, die de boodschap niet eigentijds genoeg brengen. Paulus op de Areopaag maakt ons duidelijk, dat het ook aan de toehoorders, aan de maatschappij kan liggen. Men kan zo zelfvoldaan en zelfverzekerd zijn, dat men het evangelie niet wil verstaan, omdat men anders zijn denkbeelden en zijn levenswijze zou moeten veranderen. Mensen zoals die Atheners op de Areopaag staat niet open voor de Blijde Boodschap in heel zijn omvang. Daar kan zelfs geen Paulus iets aan veranderen. Misschien is de westerse mens van het ogenblik niet veel anders dan die oude Atheners. Hij is een individualist, redelijk hoog opgeleid, hij hangt aan zijn vrijheid, die door mens noch God beknot mag worden; hij richt zich voornamelijk op het maakbare van het heden: carričre, het materiële, feestjes.
C. Mennen, pastoor
